L'Ordre
 - Presentatie
 - Geschiedenis
 - Organisatie
 - Kalender
 - Graden
 - Legende
Connétablies
 
 - De Commanderies
 - De Manifestaties
 - Nieuws
 
The Others
 
 - De verbintenissen
 - De Web site

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Orde van Saint Bacchus
Oorsprong en geschiedenis

Laten we even terugkeren in het verleden: PARIJS, na de tweede wereldoorlog. Na een lange periode van ontbering, te wijten aan de bezetting, verschijnt er stilaan terug wijn, het nationaal produkt bij uitstek, in de tavernes. Maar wat voor wijn. Fraude en andere wijnschandalen volgen elkaar op en zijn niet meer te tellen.

Ondanks alles zijn er enkele bevoorrechte plaatsen waar men goeie wijn vindt, waaronder één in het " Quartier Latin", verstopt in een klein straatje la rue DUPUYTREN in de schaduw van de faculteit Geneeskunde van Parijs.

Het is een kleine kroeg, enkele vierkante meter groot, die een wijnkelder bezit met verschillende verdiepingen uitgehouwen in steen en die een schat aan waardevolle flessen bevat, waarvan men niet weet hoe ze zonder schade de bezetting doorstaan hebben. Terwijl elders de bevoorrading moeilijk blijft, komen daar regelmatig eiken vaten toe afkomstig van twee welbepaalde wijngaarden, Vouvray en Morgon.

Het is een geheim adres. Er zijn alleen ingewijden toegelaten daardoor blijft het ijzeren rolluik ook veelal omlaag. Als een indringer zich aanbiedt wordt hij verzocht elders te gaan want hier is het exclusief. Men verorbert er vleeswaren van het huis, klaargemaakt door de vrouw des huizes en drinkt daarbij een Vouvray of Morgon. Soms wordt met veel terughoudendheid een oude stofferige fles bovengehaald. Dit hangt af van het humeur van de patron "le père SEGLE" een robuuste zestiger met forse snor.

Tussen de getrouwen, dokters, professoren van de aangrenzende faculteit, enkele industriëlen, advokaten, journalisten, handelaars en conciërges uit de wijk, merkte men een personnage op van respectabele leeftijd, rijzige gestalte, met een zware stem, een imposante witte baard, gekleed met een zwarte cape en een schildershoed, die zich gedroeg als een aartsvader en bleek een groot aanzien te genieten.

Comte Jean-Paul Mariage EUDES DE SAINT PIERREHet is de Comte Jean-Paul Mariage EUDES DE SAINT PIERRE, oud-leerling van l' Ecole des Chartes, stamboomdeskundige, gek op de geschiedenis van de middel-eeuwen, levensgenieter en groot liefhebber van goede wijn en goed eten.

Deze wijnkenner zet zich af tegen vervalste en gemanipuleerde wijnen en prijst de verdienste van "le vin vray" zoals degene die hier ter plaatse geschonken wordt.

Op zekere dag ontdekt hij in de nationale bibliotheek het verhaal over het martelaarschap van een heilige die niemand zich herinnert "Saint-Bacchus" . Wat een buitenkansje! Ziedaar de patroonheilige die hij nodig heeft om de strijd te beginnen ten voordele van de "vin vray" en de wijnbouwers die tegen de gemanipuleerde wijnen zijn en tegen de scheikundigen die ze maken.

De achterban van de"rue DUPUYTREN" wordt ingelicht over de ontdekking en keurt het voorstel goed. Men onderhandelt en ontwerpt, naar het voorbeeld van de ridderordes uit de middeleeuwen, de regels van een nieuwe orde met als naam 'l Ordre Hospitalier Curieux et Courtois des Chevaliers de Saint Bacchus', met als lijfspreuk en wachtwoord :
 


Par Saint Bacchus, Aymons nous ! "

Men vertrouwt het voorzitterschap toe aan een hertog le Duc de BEAUFFREMONT COURTENAY, die zich af en toe daar ter plekke laat zien, de eretitels verdeelt men onder vrienden en getrouwen. Een vriend van de Comte de Saint Pierre, abt Nestor DELETOILE, pastoor van Fruges in de Pas de Calais, die in zijn parochie een onvergetelijke indruk naliet en ook regelmatig in de rue Dupuytren zijn opwachting maakte, wordt aangesteld als aalmoezenier.

Het vraagt tijd, maar na meerdere jaren van menige discussies is men eindelijk klaar. Op 7 oktober 1949 wordt de orde ingehuldigd. Abt Nestor Deletoile draagt een mis op in de kerk van St. Germain l'Auxerrois in Parijs . Een banket wordt opgediend bij een restauranthouder en de eerste chevaliers worden aangesloten.

Gedurende meerdere jaren heeft men zo een kapittel georganiseerd op het naamfeest van St. Bacchus dat samenvalt met het naamfeest van St. Serge op 7 oktober. Zonder middelen, alleen met zijn overredingskracht ronselt le Comte de Saint Pierre een hondertal ecuyers, die een lange proefperiode moeten doormaken eer ze tot ridder geslagen worden.
Het is toen, in 1953, dat onze huidige Grand Maître Jean Brunaud werd toegelaten als ecuyer om dan tot ridder geslagen te worden in 1960.

Het is pas in 1957 dat le comte de Saint Pierre een rechtsgeldigheid geeft aan de orde door aangifte te doen op het hoofdbureau politie te Parijs, waarna het ook verschijnt in het staatsblad van 25 mei 1957.

Natuurlijk zijn de meeste van de overleden en zieke medestichters vervangen, maar de opvolging werd verzekerd onder impuls van de onvermoeibare comte de St.Pierre.

Enkele jaren voordien had hij zijn herdersstaf ter hand genomen en doorkruiste hij het land der wijngaarden. Hij stichtte commanderies in Champagne, Bourgogne, de Provence en Bordeaux. Maar bij gebrek aan een degelijke struktuur kenden ze maar een korte levensduur.

Tevens trok hij in deze periode ook naar België, waar de orde een snelle opgang kende. Hij stichtte er een commanderie in Luik.

Beetje bij beetje groeit het aantal nieuwe chevaliers. Het ledenaantal groeit daarentegen niet evenredig omdat oudere leden afhaken. Desalnietemin belegt de Grand Maître, met succes, een wekelijkse vergadering in Parijs. Hij verhoogt het aantal kapittels en het aantal vergaderingen rond wijn en gastronomie. Tot hij op 1 september 1966 bij de terugkeer van een etentje met zijn Grand Echanson plots overlijdt op 95-jarige leeftijd.

Commandeur d'Ambonnay, Messire Gaston BREMONTHet scheelde weinig of de orde werd opgedoekt. Het beheerscomité, benoemd in 1957, werd nooit verjongd zodanig dat het, door ziekte en overlijden van verscheidene leden, seieus uitgedund werd. Gelukkig nam Messire Gaston Bremont, commandeur van Ambonnay, de fakkel over.

Alles moest terug van nul starten, want door de nonchalance van de stichter werd er weinig komaf gemaakt met het beheer van de orde.

Er volgde een reorganisatie, men vervulde de administratieve plichtplegingen, belegde regelmatig algemene vergaderingen en men zorgde voor een goed beheer. De ceremonie bij een kapittel wordt aangepast en is sindsdien ongewijzigd gebleven. Het uniform van de dignitarissen werd vastgelegd; kortom de orde kreeg een struktuur en kende vooral in Belgiê een grote uitbreiding. Ook trachtte men, zij het tevergeefs, clans te stichten in Duitsland, Japan, Hongarije en Siciliê. In Belgiê, Engeland en Canada daarentegen zijn connetablies gesticht die nog steeds overleven en zelfs zeer actief zijn.

Op 25 november 1989 draagt Grand Maître Gaston Bremont, 82 jaar, zijn bevoegdheden over aan Jean Brunaud.

Deze heeft sindsdien geprobeerd de activiteiten van de orde, de tradities en de gewoonten te bewaren door ze te moderniseren, het beheer strikter te maken en te delegeren naar de commanderies die een belangrijke rol beginnen te vervullen en door ook aan de dames die het wensen verantwoordelijkheden te geven waarvan ze tot nu toe uitgesloten waren.
De grote zorg van de Grand Maître en zijn magistraal comité is de continuiteit van de orde te verzekeren en daarom wil men overal waar het kan bailliages oprichten om zo de mogelijkheid te scheppen toegewijde mensen te vinden die kunnen helpen.


De laatse jaren werden er aan de Grand Maître twee concrete vragen gesteld.

De eerste kwam van een Generaal aan wie de orde werd voorgesteld.

Zij luidde: Tot wat dient dat ding?

Antwoord van de Grand Maître:

Het dient tot niets, tot niets anders dan plezier te maken, in goed gezelschap genieten van toffe momenten aan een goede tafel met goede wijn, zich af en toe te verkleden en uw fantasie te laten werken, de droefheid en het egoïsme van deze tijd te vergeten.

Naar de duivel met het steeds nuttig moeten zijn. Droom en fantasie maken ook deel uit van het leven !

Het is nu vijftig jaar dat onze orde, vertrekkend van een origineel idee, gerijpt in het brein van een levensgenieter, het burgerrecht verkregen heeft en erin geslaagd is mensen te verenigen uit alle streken, van elke rang of stand in dezelfde ridderlijkheid onde het voorwendsel de vin vray te verdedigen, maar in werkelijkheid ook om feest en vriendschap hoogtij te doen vieren.

Het zou spijtig zijn als dit avontuur niet verder gezet werd.

De tweede vraag kwam van een geestelijke aan het einde van een mis waaraan de dignitarissen hadden deelgenomen. Na het zien van hun titel "Chevaliers de Saint Bacchus" zij hij :

Zeg dat is een rare heilige hoor die van U!

IGNORANTUS IGNORANTUM -- zalig de onwetenden.

Om de hervorming verder te zetten, nodig om het voortbestaan van de Orde te verzekeren, roept Grand Maître Jean Brunaud op 30 november 2002 een algemene vergadering bijeen tijdens dewelke hij zijn ontslag aanbied, dit na 14 jaar onvermoeide ijver om de structuren van de Orde te verstevigen en bij te dragen tot een betere uitstraling.

Tijdens deze algemene vergadering worden twee organisatorische beslissingen getroffen:

  • de oprichting van een CIO - een Conseil International de l'Ordre - onder voorzitterschap van de Grand Maître en dat hem zal bijstaan in de leiding van de Orde.

  • de oprichting van een Grande Connétablie van Frankrijk naar het voorbeeld van België, Engeland en Canada.

Messire Michel Graviassy, vroegere Grand Connétable van de Orde, wordt aangesteld tot 4de Grand Maître van de Orde.
Messire Jean-Edouard Péru wordt de eerste Grand Connétable van Frankrijk.

L'Ordre Hospitalier, Curieux et Courtois des Chevaliers de Saint Bacchus, die een franse Orde is, krijgt hierdoor een structuur die in overeenstemming is met zijn internationale inplantatie.

Het beleid dat de nieuwe Grand Maître wil voeren vertaalt zich in een dubbel perspectief:

  • door deze nieuwe structuur bijdragen tot de versteviging van de vriendschapsbanden tussen de leden van de verschillende Connétablies en door gezamelijke manifestaties een stevige gemeenschappelijke identiteit verwerven.

  • de mondelinge geschiedenis van de Orde verzamelen en in geschreven vorm bewaren ten dienste van volgende generaties.

Michel Graviassy, in zijn hoedanigheid van Grand Chambellan en later als Grand Connétable van de Orde heeft met Grand Maître Emérite Jean Brunaud samengewerkt, zijn voorganger, Gaston Brémont heeft hij eveneens gedurende enkele jaren gekend. Hij is echter de eerste in zijn functie die de stichter van de Orde niet heeft gekend waardoor hij de dringende behoefte ervaart om het verleden in geschreven vorm te bewaren met ieder van ons als getuige.

 

Updated 10 March 2005
by the Grand Maître
Michel Graviassy

Copyright © 2005